Vragen over beleggingspensioen
- Wat is een beleggingspensioen?
- Hoe weet ik of ik een beleggingspensioen heb?
- Als ik een beleggingspensioen heb, krijg ik bij pensionering dan alleen geld uit mijn beleggingspensioen?
- Soms valt in de media de term ‘woekerpensioen’. Wordt dan op de BPR gedoeld?
- Hoe kom ik er achter of ik een beleggingspensioen heb waarop te veel kosten zijn ingehouden?
- Hoe gaan verzekeraars met de kosten van de beleggingspensioenen om?
- Hoe wordt de tegemoetkoming in de kosten berekend?
- Wanneer wordt er gecompenseerd?
- Wat voor vergoeding kan ik verwachten als ik in aanmerking kom voor compensatie?
- Zijn die kosten sowieso niet te hoog?
- Hoe weet ik welke kosten er nu worden ingehouden?
- Waarom moet ik weten hoe het zit met de kosten?
- Waarom zijn verzekeraars met de Stichting van de Arbeid gaan praten en niet met consumentenstichtingen die voor belangen van gedupeerden...
- Waarom is er geen kostenmaximum voor nieuwe contracten afgesproken?
- Is er nog een beroepsmogelijkheid?
Wat is een beleggingspensioen?
Dat is een regeling waarbij pensioenkapitaal wordt opgebouwd via beleggingen op de beurs. Hoeveel kapitaal aan het eind van de looptijd van het contract bijeen is, staat niet vast. Dat is mede afhankelijk van rendementen op de beurs en hoeveel van de premie wordt belegd. De hoogte van de aan te kopen pensioenuitkering is ook afhankelijk van de rentestand bij je pensioendatum. Zo’n pensioen wordt ook wel een Beschikbare Premieregeling (BPR) met beleggingsmogelijkheid genoemd. De werkgever betaalt jaarlijks een vast bedrag (de beschikbare premie) aan de pensioenuitvoerder, meestal een verzekeraar, die dat bedrag belegt om zo een pensioenkapitaal voor de werknemer te creëren.
Hoe weet ik of ik een beleggingspensioen heb?
Om te beginnen kun je dat aan je werkgever vragen. De werkgever kan je vertellen of je zo’n pensioenvorm hebt en ook bij welke verzekeraar het BPR-contract is afgesloten.
Als ik een beleggingspensioen heb, krijg ik bij pensionering dan alleen geld uit mijn beleggingspensioen?
Nee. Om te beginnen heeft iedereen die in Nederland heeft gewoond recht op AOW als oudedagsvoorziening. Naast de AOW bouwen de meeste mensen via de werkgever pensioen op via verplichte deelname in een pensioenfonds. Soms heeft de werkgever voor zijn personeel in die situaties aanvullend een beschikbare premieregeling afgesloten.
In bedrijfstakken of sectoren waar géén verplichte deelname aan een pensioenfonds geldt, kiezen werkgevers soms voor een beschikbare premieregeling (bijvoorbeeld in de sectoren: ict, detailhandel, advocatuur en reclamewereld). Er zijn bpr-regelingen met beleggingsmogelijkheid (de beleggingspensioenen) maar ook bpr-regelingen met een gegarandeerd pensioenkapitaal. Beschikbare premieregelingen op basis van beleggen bestaan in Nederland sinds een jaar of vijftien. Ten slotte kan iedereen zelf nog aanvullend privé bouwen aan zijn pensioenvoorziening. Daar zijn allerlei vormen voor, zoals een beleggingspolis, banksparen, garantieregeling etc.
Soms valt in de media de term ‘woekerpensioen’. Wordt dan op de BPR gedoeld?
Ja. Dat komt doordat op dit moment veel aandacht is voor de kosten van de BPR. De naam suggereert dat bij de BPR extreem hoge kosten in rekening worden gebracht. Dat beeld klopt niet. Kosten vormen maar bij een beperkt deel van de polissen een knelpunt. Bij zo’n 85 procent van de polissen is er geen probleem met kosten.
Hoe kom ik er achter of ik een beleggingspensioen heb waarop te veel kosten zijn ingehouden?
Daarover word je, als het bij jou speelt, in de loop van volgend jaar door je verzekeraar geïnformeerd, als deze het advies van het verbond om te toetsen op kosten overneemt. Je kan natuurlijk ook te rade gaan bij je werkgever, die het contract heeft afgesloten. De problemen met kosten zitten overigens vooral bij contracten met weinig deelnemers, dus bij werkgevers met relatief weinig personeel. Werkt u bij een groot bedrijf dat voor alle werknemers een BPR-regeling heeft, dan is de kans klein dat u met te hoge kosten bent geconfronteerd. Ook in dat geval wordt u geïnformeerd.
Hoe gaan verzekeraars met de kosten van de beleggingspensioenen om?
Het Verbond van Verzekeraars heeft zijn leden geadviseerd klanten te compenseren als in het verleden teveel kosten zijn ingehouden. Inmiddels hebben de meeste betrokken pensioenverzekeraars reeds aangegeven dat zij dit advies overnemen. Ongeveer 15 procent van de bestaande beleggingspensioenen komen voor een compensatie in aanmerking, schat het Verbond. Daarmee is in totaal zo’n 200 miljoen euro gemoeid.
Hoe wordt de tegemoetkoming in de kosten berekend?
Daarvoor is in overleg met werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid en de ombudsman een norm ontwikkeld, die de kosten in het verleden aan een maximum bindt. Die norm komt neer op jaarlijks 1,5 procent van het belegd vermogen plus jaarlijks 9,5 procent van de premie. Als de werkelijke kosten hoger zijn dan dit maximum, is er in beginsel recht op compensatie.
Wanneer wordt er gecompenseerd?
In principe als je met pensioen gaat, of eerder als het contract van je beleggingspensioen wordt vernieuwd of verlengd. In dat laatste geval krijg je het extra geld niet in handen, maar wordt het in de verzekering gestopt zodat het kan aangroeien tot een hoger pensioenkapitaal.
Wat voor vergoeding kan ik verwachten als ik in aanmerking kom voor compensatie?
Dat is moeilijk te zeggen want dat hangt af van de looptijd, inleg, waarde-opbouw en kosteninhoudingen. Elke verzekeraar die de toetsnorm voor het verleden overneemt, zal voor zijn portefeuille bepalen wat het effect is.
Zijn die kosten sowieso niet te hoog?
De kosten hangen samen met de werkzaamheden die worden verricht om geld te beleggen en een pensioenregeling uit te voeren. Aan een pensioenregeling is een uitgebreid stelsel van wetgevingseisen verbonden, wat kosten en gespecialiseerde kennis met zich meebrengt. Beleggen op de beurs kost ook jaarlijks geld. Daarnaast vallen ook advieskosten onder de norm. De ombudsman vindt dit maximum-kostenniveau voor het verleden passend. Je kunt daar zelf natuurlijk anders over denken.
Hoe weet ik welke kosten er nu worden ingehouden?
Als je pensioen opbouwt bij een verzekeraar, dan zijn die kosten die worden ingehouden op de premies of ten laste van beleggingen worden verrekend, inmiddels transparant. Elk jaar verstrekt de maatschappij vanaf dit jaar aan alle deelnemers in een pensioenregeling een uitgebreid overzicht waarin premies en (advies)kosten worden uitgesplitst. Wat u aan kapitaal heeft opgebouwd kunt u terugvinden in het wettelijk verplichte Uniforme Pensioenoverzicht (UPO)..
Waarom moet ik weten hoe het zit met de kosten?
Als je in de winkel een product koopt – bijvoorbeeld een brood of een jas – hoef je in principe niet te weten welke kosten in de prijs zijn verwerkt, want dit inzicht in de kosten is niet bepalend voor uw keus of de kwaliteit van het product. Maar bij een financiële dienst waarbij een kapitaal voor later wordt opgebouwd, ligt dat anders. Daar kunnen de kosten van invloed zijn op de hoogte van het eindkapitaal. Dat effect treedt des te sterker op als de rendementen tegenvallen. Dat is de laatste jaren gebeurd.
Waarom zijn verzekeraars met de Stichting van de Arbeid gaan praten en niet met consumentenstichtingen die voor belangen van gedupeerden opkomen?
De Stichting van de Arbeid ligt voor de hand als instantie om dit probleem te bespreken, omdat beleggingspensioenen deel uitmaken van de arbeidsvoorwaarden. Het zijn dus contracten die niet met individuele burgers, maar met zakelijke partijen zijn gesloten. Bij het overleg is ook de ombudsman financiële dienstverlening betrokken en een onafhankelijk accountantskantoor. Verzekeraars hebben zelf het initiatief genomen om knelpunten in oude pensioencontracten weg te nemen.
Waarom is er geen kostenmaximum voor nieuwe contracten afgesproken?
Dat zou neerkomen op een verboden prijsafspraak. Een maximum is uiteindelijk niet in het belang van de consument, omdat het de concurrentie beperkt. Wel is inmiddels wettelijk geregeld dat de kosten gelijkmatig over de gehele looptijd worden uitgesmeerd. Ten tweede worden kosten vandaag de dag expliciet vermeld. Dat zorgt ervoor dat heel duidelijk is wat de kosten zijn en werkgevers, veel beter dat vroeger, producten kunnen vergelijken.
Is er nog een beroepsmogelijkheid?
Niet de werkgever maar de deelnemer is degene die eventueel in aanmerking komt voor een compensatie. Als jij je als deelnemer, gewezen deelnemer of uitkeringsgerechtigde niet kan vinden in de geboden compensatie, dan kan je bij je de betreffende maatschappij een klacht indienen. Als je vervolgens vindt dat je klacht niet naar tevredenheid wordt opgelost, dan kun je een klacht indienen bij het Klachten Instituut Kifid. Een gang naar de rechter is ook nog mogelijk.
