U bent hier: Home - Veelgestelde vragen - Arbeidsongeschikt

Arbeidsongeschikt

In mijn tweede ziektejaar ontvang ik minder dan het sociaal minimum. Wat nu?

Dan kun je een toeslag aanvragen. Dat doe je als je (gezins)inkomen onder het sociaal minimum komt. Deze toeslag vraag je aan bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UVW). Je vraag dit aan volgens de Toeslagenwet.

Krijg ik vanaf de eerste ziektedag mijn loon doorbetaald?

Normaal wel. Maar er zijn uitzonderingen. Soms heb je loonvrije wachtdagen. Deze heb je alleen als dat op papier is afgesproken. Dit staat dan in de cao. Of in de arbeidsovereenkomst tussen jou en je werkgever. In dat geval ontvang je over maximaal de eerste twee ziektedagen geen loon.

Nadat ik beter was, werd ik snel weer ziek. Begint de procedure weer van voren af aan?

Dat hoeft niet. Zit er minder dan vier weken tussen je ziekteperiodes? Dan worden deze periodes bij elkaar opgeteld en als één periode gezien. Je hebt dan geen loonvrije wachtdagen. Ook niet als dat wel in je arbeidsovereenkomst staat. Met andere woorden: als je ziek geweest bent en binnen vier weken opnieuw ziek wordt, krijg je de tweede keer altijd vanaf de eerste ziektedag doorbetaald.

Waar kan ik terecht voor vragen over een Ziektewetuitkering?

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UVW) geeft hierover informatie. Ga naar de website van het UWV of bel het instituut via telefoonnummer 0900 92 94. Dit is geen gratis nummer.

Welke vormen van arbeids(on)geschiktheid onderscheidt de WIA?

De WIA onderscheidt drie groepen:

Je raakt minder dan 35% arbeidsongeschikt
Dan krijg je geen uitkering van de WIA. Samen met je werkgever zoek je een nieuwe werksituatie. Dat kan betekenen dat je er in inkomen op achteruitgaat. De WIA-bodemverzekering biedt hiervoor een oplossing. Daarmee vang je bijvoorbeeld een aantal jaren het verschil op tussen je oude en nieuwe loon.       

Je raakt 35 tot 80% arbeidsongeschikt of tijdelijk 80%-100% arbeidsongeschikt
Dan ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt.
Als de je aan de referte-eis (Dit betekent dat je voorafgaand aan de uitkering een bepaalde periode moet hebben gewerkt of een uitkering hebben gehad op basis van de Werkloosheidswet) voldoet, heb je eerst recht op een loongerelateerde uitkering. De loongerelateerde uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% en daarna 70% van het (gemaximeerde) laatstverdiende loon. De duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. Dit werkt op dezelfde manier als in de Werkloosheidswet (WW). De uitkering duurt bijvoorbeeld 3 maanden bij een arbeidsverleden van één jaar en 38 maanden bij een arbeidsverleden van 40 jaar.

Verdien je meer dan de helft van wat je nog zou kunnen verdienen? Dan kun je aanspraak maken op een loonaanvullingsuitkering. Die bedraagt 70% van het verschil het laatstverdiende loon (vóór de arbeidsongeschiktheid) en het nieuwe loon.

Verdien je minder dan de helft van wat je nog zou kunnen verdienen? Dan val je terug op de WGA-vervolguitkering, een uitkering op minimumniveau. Je gaat er dan flink in inkomen op achteruit. Dit noemen we ook wel het WGA-hiaat. Het WGA-hiaat is het verschil tussen het dagloon en de WGA-vervolguitkering. De WGA-hiaatverzekering vult dat verschil gedeeltelijk aan. Met de WIA-excedentverzekering kun je je inkomen boven het maximumdagloon verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.      

Je raakt 80 tot 100% arbeidsongeschikt
Dan ben je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Je krijgt dan een uitkering van maximaal 75 procent van je laatstverdiende loon. Dat bedrag is gebaseerd op het maximaal vastgestelde dagloon. Verdien je meer dan dat bedrag? Dan is dat meerinkomen niet verzekerd. Met de WIA-excedentverzekering kun je je inkomen boven het maximumdagloon verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.

Document acties