Verzekeraars: BPR op agenda Stichting van de Arbeid
24-02-09 - Verzekeraars willen in overleg met de Stichting van de Arbeid (Star) een passende oplossing zoeken voor de knelpunten die zich voordoen bij zogeheten beschikbare premieregelingen (BPR). Dat stelt het Verbond van Verzekeraars, dat het initiatief heeft genomen om de BPR-problematiek bij de Star aan te kaarten. Inzet van het Verbond is om nog voor de zomer tot afspraken te komen.
Beschikbare premieregelingen – waarbij de premie-inleg gedurende de looptijd vaststaat – maken ongeveer twintig procent uit van de totale pensioenportefeuille van verzekeraars. Uit een recente inventarisatie van het Verbond blijkt dat verzekeraars BPR-regelingen uitvoeren voor in totaal een kleine 750.000 deelnemers, soms aanvullend op andere pensioenregelingen. Met name in de jaren negentig waren deze regelingen bijzonder populair. De werkgever wist waar hij aan toe was met betrekking tot zijn kosten en de regelingen kennen grote flexibiliteit door een breed palet aan keuzemogelijkheden om de invulling van de regeling zelf te bepalen. Mede tegen de achtergrond van de huidige economische malaise komen de laatste tijd ook andere aspecten naar voren: de soms ontoereikende pensioenopbouw, blootstelling aan (beurs)risico’s en kosteninhoudingen.
Net als bij andere beleggingsproducten gaat het bij een BPR om een afweging tussen risico’s en zekerheid. Wie meer risico neemt, beoogt daarmee een hoger rendement te behalen. Maar loopt ook de kans dat, bijvoorbeeld door dalende aandelenkoersen, de pensioenvoorziening zich minder gunstig ontwikkelt. Mede daarom kent circa de helft van deze regelingen harde garanties. Wanneer een garantiekapitaal is overeengekomen, is dat gedeelte ongevoelig voor fluctuaties op de beurs. Een BPR kan dan zelfs meer zekerheid bieden dan bijvoorbeeld een pensioenfondsregeling, waarbij de premie en de uitkering kan fluctueren.
Ruim 330.000 deelnemers in een BPR-regeling zijn zelf risicodrager van de ontwikkelingen op de beurs. Daarmee is niet gezegd dat hun volledige pensioen geraakt kan worden door beleggingsrisico’s. Veel mensen hebben gedurende hun werkzame leven verschillende werkgevers en daarmee vaak ook verschillende pensioenvoorzieningen. Een BPR kan daar deel van uitmaken, maar soms zal dezelfde persoon ook pensioen hebben opgebouwd bij een pensioenfonds.
Volgens algemeen directeur Richard Weurding van het Verbond is het duidelijk dat mensen die in een BPR zelf gedeeltelijk of volledig risicodrager zijn voor tegenvallende beleggingsresultaten, fors geraakt kunnen worden door het actuele economische ontij. Wanneer mensen kort voor hun pensioen staan, zal er weinig ruimte zijn om de geleden schade te repareren. “Dat is voor deze mensen bijzonder zuur”, aldus Weurding. “Via een BPR kon maximaal worden geprofiteerd van de beurshausse. Inmiddels is dit door de kredietcrisis in een ander licht komen te staan. Het ‘verdampen’ van belegd vermogen door de kredietcrisis is een bittere pil die iedereen moet slikken. Pensioenfondsen, financiële instellingen én particuliere beleggers.”
Aangezien beschikbare premieregelingen tot de arbeidsvoorwaarden worden gerekend, vindt het Verbond van Verzekeraars dat deze regelingen met werkgevers en werknemers moeten worden besproken. Algemeen directeur Richard Weurding: “In de Stichting van de Arbeid zullen wij niet alleen de voorlichting naar de deelnemers bespreken, maar ook de kostenstructuur en de hoogte van de ingelegde premie. Is die wel voldoende om een goed pensioen op te bouwen?" Het Verbond schat dat
ongeveer 20.000 deelnemers in zo’n regeling de komende vijf jaar met pensioen gaan.
Meer informatie:
Verbond van Verzekeraars, Paul Koopman
p.koopman@verzekeraars.nl, telefoon 070 - 333 86 98
