Jongste bromfietsers grootste brokkenpiloten
28-11-2008 - Bijna één op de tien 16-jarige bromfietsers veroorzaakt schade in het verkeer. De schadekans bij deze leeftijdscategorie bedraagt maar liefst negen procent. Direct na het 16e levensjaar maakt die schadecurve een flinke neerwaartse beweging, want bij 18-jarigen ligt de schadekans nog maar op vier procent. Dat meldt de nieuwste Verzekerd!.
De cijfers die het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) onlangs uitbracht, spreken boekdelen. Uit de bromfietsstatistiek blijkt klip en klaar dat de jongste bromfietsers veruit de hoogste kans op schade hebben: negen procent tegenover een gemiddelde schadekans die al jaren stabiel is en iets onder de twee procent ligt. “Dat beeld ligt in lijn met de schadekans die jonge automobilisten hebben”, benadrukt beleidsadviseur Ernst Pompen van het Verbond. “Uit onderzoek blijkt namelijk dat jonge automobilisten, van 18 tot 24 jaar, viermaal zoveel kans lopen bij een ongeval betrokken te raken als oudere automobilisten.”
CVS-statisticus Hein Ririassa voegt daar nog aan toe dat “de invoering van het bromfietsrijbewijs, het toelaten van bromfietsen op de openbare weg en de invoering van de kentekenplicht de kans op schade wel wat hebben verkleind”. Maar ook hij noemt de kans voor de kwetsbare groep jonge bestuurders “desondanks nog veel te hoog”.
Stijging gemiddelde schade
Uit de bromfietsstatistiek blijkt verder dat de kans op schade min of meer gelijk is gebleven en nog net geen twee procent bedraagt, terwijl de gemiddelde schade wel stijgt. Ririassa: “Wij zien dat die gemiddelde schade per incident toeneemt en momenteel tussen de 1.500 en 2.000 euro ligt.”
Ook het aantal bromfietsen (inclusief scooters en snorfietsen) is na een jarenlange daling weer aan een voorzichtige opmars bezig. Na het topjaar 1996, waarin meer dan 550.000 brom-/snorfietsers en scooters in ons land rondreden, kwam er een fikse daling in het aantal, met een dieptepunt in 2004 (nog geen 450.000). Volgens Ririassa volgt het aantal bromfietsen de economische groei, “zij het dat er altijd een vertraging van één tot twee jaar in zit”.
